KANKER
Beladen woord. Zoveel emoties, zoveel meningen.

In dit schrijven wil ik enkele onderwerpen aanraken die mij persoonlijk hebben getroffen. Niet zozeer dat ik zelf aan den lijve ervaring heb met kanker. Maar gedurende mijn actieve leven als yogaleraar en voedingsadviseur heb ik wel een en ander voorbij zien komen.

Toen mijn serie cd’s alleen nog maar op cassette bestond, in de tachtiger jaren, had ik zelfs een bandje Overwinning van kanker; meditaties die nu op de cd Voel je beter staan. Ze waren en zijn een steun voor honderden patiënten, in hun zoektocht uit de put die kanker heet.

Wat mij altijd zo heeft verwonderd is dat de meeste mensen als ze de diagnose kanker krijgen dit beschouwen als een doodvonnis. Vrijwel onontkoombaar. En toch dan weer hopend, tegen beter weten in. Het tweede onbegrijpelijke voor mij is dat vrijwel iedereen zich gedwee laat onderwerpen aan het hele medische circuit van bestraling en/of chemo’s. Terwijl algemeen bekend mag zijn dat slechts enkele procenten van degenen die deze behandeling ondergaan ook werkelijk baat hebben daarvan. Dat valt in het niet bij het lijden wat dit veroorzaakt, en de enigen die er schatten aan verdienen zijn de heren medici en de fabrikanten…

Dan zijn daar tegenover de talloze alternatieve behandelingen, die ook vaak de hemel beloven. Ook daar moet men kritisch tegenover staan, want veelal kunnen beloftes niet waargemaakt worden, en werken deze methoden slechts ten dele of tijdelijk. Toch kunnen we wat aangeboden wordt niet allemaal over een kam scheren.
Laat ik voorop stellen dat iemand met de diagnose kanker niet meteen bij de pakken neer hoeft te gaan zitten, maar juist actief op zoek kan gaan naar de voor haar of hem juiste benadering. Samen met degenen die ze lief zijn.

Want een van de allereerste voorwaarden zal steeds moeten zijn dat zo iemand zich omringd weet door liefdevolle mensen (familie, vrienden…) die echt om diegene geven, met hart en ziel. Opvallend is om te zien dat juist dat nogal eens ontbreekt, ook al denkt men dat de familie of de vriendenkring wel klaar staat. Nee, het is eerder andersom: zodra iemand het woord kanker in de mond neemt zullen veel van die zogenaamde familieleden of kennissen zich geen houding weten te vinden en zullen ze zich juist gaan afschermen en/of gewoon niet eens meer langskomen…
Wat ook vaak naar voren komt is het ‘eigen schuld – dikke bult’ verhaal. Het is mijn overtuiging dat kanker in je lijf, waar dan ook, niet ‘zomaar’ uit de lucht komt vallen en iedereen zonder aanzien des persoons ‘treft’ (zoals altijd door de medische wereld wordt voorgespiegeld: je kunt er niets aan doen, de een krijgt het, de ander niet…). Daar zit mijns inziens een hele voorgeschiedenis aan vast, zowel geestelijk als lichamelijk. Dit wil ik hier even uitgebreid belichten.

Constitutie en conditie
Met constitutie bedoelen we de lichamelijke toestand die we meekrijgen bij de geboorte. Dit wordt mede bepaald door de gezondheidstoestand (of het ontbreken daarvan) van onze ouders en het voorgeslacht van beide, en zeker ook door de tijd dat we in de moederbuik verblijven. Zo worden we geboren en daar valt op zich weinig aan te doen. Zo heeft mijn moeder bijvoorbeeld toen ze zwanger was van mij een zwaar hormoonproduct gekregen, iets dat nu allang verboden is, waardoor mijn constitutie ernstig verzwakt was en ik in mijn leven veel heb moeten doen om mijn conditie enigszins op peil te houden.

De conditie daarentegen staat voor onze gezondheidstoestand in het moment van nu. Deze wordt bepaald door onze huidige manier van leven en functioneren in de samenleving, psychisch en fysiek. Daar kunnen we heel veel aan doen! Onze conditie heeft te maken met voldoende slaap en rustpunten in ons leven (afbouw van negatieve stress), de hoeveelheid eten en drinken, de manier waarop we eten en drinken, wát we eten en drinken (en wat juist niet), hoe onze omgang is met de mensen om ons heen, de hoeveelheid lichaamsbeweging, de manier van lichaamsbeweging (of juist het ontbreken daarvan)…

Dit is de reden waarom er gevallen voorkomen van mensen die er van alles aan doen om gezond te blijven om dan toch ziek te worden (zwakke constitutie, verbeterde conditie maar nog niet sterk genoeg), terwijl anderen hun hele leven lang ‘slecht’ eten en drinken en toch niet ziek worden (ijzersterke constitutie, geen conditie maar terend op die erfenis; de kinderen van deze mensen hebben dan overigens meestal een erg slechte constitutie). Tot deze laatste groep horen ook degenen die dan aan het eind van hun leven zomaar van de ene op de andere dag doodgaan. Of met een of andere erge kwaal, opmerkelijk vaak hartklachten, een kort ziekbed hebben en dan overlijden.
Met deze inzichten valt overigens ook beter te verklaren waarom kinderen kanker krijgen!

Maar goed, of we nu een sterke of een minder sterke constitutie meekrijgen, we kunnen er wel alles aan proberen te doen, binnen onze mogelijkheden, om onze conditie zo sterk te maken dat we geen ernstige ziekte meer hoeven te krijgen.

Kunnen we in dit verband dan spreken van een schuldvraag? Natuurlijk gaan we nooit met het vingertje wijzen en zeggen dat het toch allemaal lekker jouw eigen schuld is. Maar wanneer onze constitutie al niet al te best was (ouders niet zo gezond, ook niet tijdens conceptie en zwangerschap) en we dan zelf een leven leiden waarin we het niet al te nauw nemen met wat we eten en drinken, we regelmatig over onze grenzen gaan – geestelijk en lichamelijk –is het dan zo verwonderlijk dat ons lijf op een bepaald moment aangeeft dat er een punt bereikt is waarvandaan geen terugweg mogelijk is? En dat noemen we dan kanker. En dat heeft dan wel degelijk te maken met hoe wij daarvoor geleefd hebben.

Vuilnisbelt
Als ons lichaam alle ‘rotzooi’ die we binnenkrijgen – wederom: dat kan psychisch of fysiek – op een bepaald moment niet meer kan verwerken en vooral niet meer kan afvoeren dan heeft het nog een laatste methode: het samenbrengen van afvalstoffen op een bepaalde plek in het lichaam. Dat kan overal zijn, maar er zijn zo van die specifieke organen: longen, darmen, lever, alvleesklier, nieren… Dan spreken van een woekering, die kwaadaardig of niet-kwaadaardig (lees: levensbedreigend) kan zijn, maar die altijd duidt op de vorming van zo’n vuilnisbelt ergens in ons lichaam.
Chirurgen zijn momenteel uiterst knap om dit soort gezwellen kundig weg te snijden. Op zich ware kunstgrepen, die soms levens kunnen redden. Alleen bij hersengezwellen wordt het erg lastig, omdat de woekering vaak ingegroeid raakt in vitale hersendelen, waardoor het inoperabel wordt.
Maar als we deze gedachtegang volgen dan kunnen we ook begrijpen dat het weghalen van dit soort gezwellen symptomatisch is en bepaald niet de achterliggende oorzaak wegsnijdt!
Ik ben de eerste om meteen hierbij op te merken dat dit een wel heel simplistische omschrijving is van het ingewikkelde proces dat kanker heet. Er komen zoveel factoren bij kijken!

Wel of niet mogelijk
Het is zoals bij alle ziekten die de mensheid treft. Door groeiende inzichten in de medische wetenschap zijn we een eind gekomen wat betreft de herkenning (diagnose) en behandeling (symptomatisch) van de meeste kwalen. En daar spreek ik alleen maar mijn bewondering voor uit!
Maar als het dan bijvoorbeeld gaat om nierkanker dan wordt alleen de nier behandeld; meestal zeer rigoureus door de hele niet gewoon maar te verwijderen. Een goede vriend van mij is dit laatst overkomen. We hebben er toch twee nietwaar?

Hierbij gaat men volkomen voorbij aan het feit dat een mens een geheel is van lichaam en geest, en bij behandeling van zo’n kwaal ook de hele mens behandeld zou moeten worden. Maar daar hebben ze in het ziekenhuis toch helemaal geen tijd voor, laat staan aandacht. Over schuldvraag gesproken…
Wat wel mogelijk is kunnen we zien aan de hand van een voorbeeld uit de praktijk van een vriend, Dr. Mark Sircus uit Brazilië. Hij kreeg een vrouwelijke patiënt bij zich, die al in een gevorderd stadium van kanker verkeerde. Mark heeft de fantastische mogelijkheid om zo iemand te laten verblijven in zijn omgeving, in de vrije natuur, en om zo iemand dagelijks te begeleiden. Een positie die natuurlijk niet iedereen, zeker niet in Nederland, ter beschikking heeft.

Ten eerste constateert Mark dat ALLE kankerpatiënten (van welke aard dan ook) een net iets te lage globale lichaamstemperatuur hebben. Bij koorts kan dat wel iets oplopen uiteraard, maar in het algemeen zitten ze net een graad of twee onder de normale temperatuur. Daarvoor heeft hij dan iets bijzonders, dat hij en zijn gezin overigens preventief dagelijks gebruikt: de Bio-mat. Deze mat, die op Hawaii wordt gemaakt, bevat bepaalde kristallen en zendt een veilige, helende infrarode warmte uit. Door de mat dagelijks een tot driemaal te gebruiken (je ligt erop gedurende een minuut of tien, maar je kunt er zelfs veilig op slapen) zal de lichaamstemperatuur tot de juiste hoogte stijgen, waardoor kankercellen niet verder kunnen woekeren. Kankercellen ontwikkelen zich namelijk het best bij een lagere lichaamstemperatuur. Door zo’n simpele techniek te gebruiken kan een patiënt er tenminste voor zorgen dat de kanker zich niet verder kan verspreiden, of zelfs geheel verdwijnt.
Ten tweede werd zijn patiënte op een vrij licht dieet gezet, met daarbij gebruikmaking van heel simpele maatregelen zoals het nemen van kleine hoeveelheden natriumbicarbonaat (medicinale dubbelkoolzure soda) en voedingssupplementen. Meer (niet overdreven veel, want dat vermoeit de nieren!) schoon water drinken was ook van belang, voor een juist functioneren van het lichaam en het afvoeren van afvalstoffen.

Het is nu al enkele jaren geleden dat deze patiënte volkomen genezen werd verklaard. En zij is maar een van de velen die Mark op deze manier mocht begeleiden.

Hoop doet leven
Door het ‘doodvonnis’ kanker worden door de medische wereld levende mensen het graf in gepraat. De enige hoop die deze wereld kan bieden op die ‘ongeneeslijke’ ziekte is, behalve het symptomatische wegsnijden, het kostbare bestralen en de agressieve chemo’s.
Het mag duidelijk zijn dat er een steeds groeiende hoeveelheid wijze mensen is in deze wereld die inzien dat we een andere weg moeten inslaan. Met het omgaan met onze aarde, met het omgaan met elkaar als volkeren met al onze verschillen, en met het omgaan met onszelf. In zoveel opzichten als wij in staat zijn! De een wat meer dan de ander, afhankelijk van onze ervaring en hoe en waar wij ons leven doorbrengen. Maar wij hoeven ons niet als makke lammeren over te geven aan de wereld van de wetenschap. Er is nog veel hoop. En hoop doet leven!

Dick de Ruiter
Albières, december 2014
meer info over Dick de Ruiter op http://www.maisondesmiracles.nl/index.shtml
 
       
 

Vitaliteit en Kanker - Jantsje Dekker - Westhaven 54 - 2801 PM Gouda - Tel.: 0182-584053 - e-mail